De loop van de Rijn en van de Bijleveld

de Oude Rijn en de Leidsche Rijn

Het stroomgebied van de Rijn, tussen Utrecht en Harmelen, bestaat uit twee delen: de Leidsche Rijn en de Oude Rijn.
Het deel van de Rijn langs de Utrechtsestraatweg wordt aangeduid met Leidsche Rijn. De Leidsche Rijn is tussen 800 en 1000 na Chr. verzand en vrijwel onbevaarbaar geworden.
In de 14e eeuw, waarschijnlijk zelfs al vóór 1348, is de Leidsche Rijn uitgegraven en gekanaliseerd, waardoor deze zijn huidige vorm heeft gekregen. Op de “Nieuwe kaart van den lande van Utrecht” die in 1696 bij Nicolaas Visscher in Amsterdam verscheen, wordt de Leidsche Rijn dan ook aangeduid als “Leidsche Vaart”. In 1663 is het jaagpad langs de Leidsche Rijn aangelegd. Dit jaagpad heet nu de Harmelerwaard. De huidige Utrechtse-straatweg werd in 1828 bestraat.
De Oude Rijn liep ten noorden van de Leidsche Rijn van Utrecht via Alendorp en Vleuten, langs kasteel Den Ham, om vervolgens via de loop van de Bijleveld weer in de Leidsche Rijn te komen. Vandaar vervolgt ze haar weg wederom als Oude Rijn, tot aan Katwijk toe. Aan de loop van de Leidsche Rijn en de Oude Rijn ontleent de Harmelerwaard zijn naam: een waard is een door rivieren omgeven stuk land.
In de Harmelerwaard zijn archeologische vondsten gedaan in de vorm van gebruiksvoor-werpen uit de IJzertijd, de Romeinse tijd en uit de Middeleeuwen, waardoor mag worden aangenomen dat de Harmelerwaard de laatste 2500 jaar bewoond is geweest. Een duidelijk beeld van deze vroege bewoning is er niet. Veel vindplaatsen zijn onvolledig en verstoord, omdat grote delen zijn afgegraven voor de steen- en pannenbakkerijen.

de Limesweg

De huidige Leidsche Rijn en de Oude Rijn vanaf Harmelen naar het westen toe waren onderdeel van de noord-grens van het Romeinse Rijk. Langs deze rivieren bouwden de Romeinen hun grens-versterkingen, de Limes. Soms waren dit wachttorens, zoals er één in 1999 aan de noordzijde van de Leidsche Rijn tussen De Meern en Harmelen is aangetroffen, maar ook bouwden de Romeinen castella, zoals Trajectum in Utrecht, Fletiomare in De Meern, Laurium in Woerden en Nigrum Pullum in Zwammerdam. Langs de Limes liep ook een weg die de castella en wachttorens met elkaar verbond. Hierover verplaatsten zich de Romeinse troepen. Keizer Hadrianus ( keizer van 117 tot 138 na Chr.) gaf opdracht de door zijn voorganger aangelegde weg te verbeteren. De weg werd nu 4,50 meter breed, zodat twee wagens elkaar konden passeren. Op de “Cultuurhistorische Atlas” van de provincie Utrecht staat deze Limesweg ingetekend. Het tracé van deze oude Romeinse weg is onder het maaiveld nog deels herkenbaar, zoals bleek bij de opgravingen in 1998 in Veldhuizen. Ook de Oude Rijn langs de polder Haanwijk maakte waarschijnlijk deel uit van de Limes, tussen 50 en 400 na Chr..
Het eikenhout dat voor deze weg werd gebruikt, moest per schip worden aangevoerd van uit de Eifel. Nabij De Meern werd in een voormalige Rijnbocht nog een restant van een voormalige losplaats opgegraven: een relatief eenvoudig plateau van eiken planken achter een rij van ca 5,50 meter lange eiken balken. Langs de Rijn zullen meerder van deze losplaatsen in gebruik zijn geweest.
Restanten van Romeinse (vracht-)schepen zijn op diverse plaatsen aangetroffen. Voor het eerst wordt in 1576 melding gemaakt van een schip dat is gevonden in de stadswallen van Woerden. In 1999 is in De Meern een schip blootgelegd en in Woerden staat de teller van de gevonden schepen inmiddels op 7 !

het gebied rond de Leidsche Rijn

De Leidsche Rijn vormde bij de cope-ontginning van Bijleveld en Veldhuizen de ontginningsbasis voor deze blokken. De Reijerscopse wetering vormde de achtergrens, maar was tevens weer de ontginningsbasis voor het cope-gebied Reijerscop. De afwatering van zowel het ontginningsblok Bijleveld als van het blok Veldhuizen vond plaats via noord-zuid lopende wateringen, de Hellevliet, de Molenvliet, de Kerkwetering (naast de huidige Kerkweg) en de Wipmolenvliet ( ook wel Dammolenvliet genoemd). Deze vier weteringen, waren onderling met elkaar verbonden door de Middelwetering, die verspringend van vliet naar vliet, parallel liep aan de Leidsche Rijn.
Al in 1226 werd een verdrag getekend waarbij de afwatering van het Land van Woerden via Rijnland werd geregeld. In 1322 maakte graaf Willem III van het Land van Woerden één Hollands hoogheemraadschap en stelde hij de baljuw van Woerden aan als dijkgraaf. Deze werd bijgestaan door 5 heemraden: drie uit de parochies van Harmelen, Zegveld en Kamerik en twee uit de parochies van Woerden en Bodegraven.
Toen in 1366 de polders van Harmelen en Bijleveld uit het Grootwaterschap Woerden waren getreden, mochten zij niet meer op de Oude Rijn afwateren. Daarom werd in de Leidsche Rijn een dam gelegd, die er voor zorgde dat het water uit de genoemde wateringen via de Heycoop naar de Vecht werd afgevoerd. Deze dam heette de Heldam.
De Molenvliet is een molenwetering, die het water naar de Middelmolen en later naar het gemaal De Adriaan leidde.De Middelmolen ( ook wel Middelste Molen genoemd) was een achtkantige molen die zeker van 1755 tot 1873 op deze plaats heeft gestaan. Diens voorganger uit 1609 heeft waarschijnlijk op dezelfde plaats gestaan. In 1873 werd op deze plaats het stoomgemaal De Adriaan gebouwd, die in 1926 door een elektrisch gemaal is vervangen.
De Molenvliet is tevens het begin van de waterloop de Bijleveld. De Bijleveld was vroeger bevaarbaar, blijkens de schutsluis die bij de Adriaan lag en die rond 1960 nog functioneerde. Resten van de sluis liggen hier nog in de grond.
De Hellevliet die de ontginningsblokken Bijleveld en Veldhuizen van elkaar scheidde, bracht het water naar de Helmolen, die tot 1755 functioneerde.

De Leidsche Rijn vervolgt onder de Molenbrug door, haar tocht door Harmelen.
Direkt naast de Molenbrug stond de korenmolen van Harmelen. De eigenaar van de molen, in dit geval de Staten van Utrecht, hadden niet alleen het windrecht maar ook het recht van molendwang. Boeren in het gebied waarvoor dit recht gold, waren verplicht hun granen te laten malen in deze molen. In 1640 klaagde de Harmelense molenaar Jan Pietersz. van Hardenberch bij de Staten van Utrecht dat Gerrit Stevens Sweeren zijn koren in een andere molen liet malen. In de Franse tijd werden windrecht en molendwang afgeschaft. In 1862 werd de nieuwe korenmolen “De Verwachting” in gebruik genomen. Rond 1930 raakte de molen in verval, tot alleen nog de romp bleef staan. Deze brandde in 1983 af. Op de molen-werf is nu de fa Van Eck gevestigd.

Na de bocht, nog voor de brug, voegt zich de Bijleveld bij de Oude Rijn.
Aan de zuidzijde passeren wij de plaats waar, ter hoogte van de Bernhardlaan het kasteel Batestein heeft gelegen. Het kasteel werd voor het eerst vermeld in1403. Het kasteel werd in 1733 verkocht aan Eva Clotterbooke, de tweede echtgenote van de Leidse professor Pieter Burman, die eerder met zijn eerste vrouw op het kasteel Santhorst in Wassenaar woonde. Pieter Burman en zijn vrouw Eva werden begraven in de dorpskerk van Harmelen. In de westzijde is de grafsteen goed zichtbaar ingemetseld. In 1807 werd het kasteel verkocht aan de Woerdense baljuw Jan Meulman. Na zijn overlijden liet hij Batestein met schulden belast achter. De volgende eigenaren lieten het kasteel in 1849 grotendeels slopen. In de vorige eeuw verdwenen ook de laatste resten.
Wat verder op passeren wij de Haanwijkersluis, die in 1656 is aangelegd. Deze vormde de scheiding tussen de polders Haanwijk en Bijleveld. Daarvoor, in 1413, was hier al een dam in de Oude Rijn gelegd om het water uit de polder Bijleveld te kunnen keren. De sluis werd in 1672, bekend als het “Rampjaar”, door de Fransen verwoest maar weer opgebouwd. In de loop der tijd is de Haanwijkersluis meerdere malen verbouwd en herbouwd. De huidige staat dateert uit het begin van de vorige eeuw. In 1991 werden enkele van de beide dubbele sluisdeuren vervangen.

waardevolle bebouwing

Harmelerwaard 3 ***M
Deze dwarshuisboerderij dateert in oorsprong mogelijk uit de zeventiende eeuw. De boerderij heet “De Koepel” omdat bij de boerderij een theekoepel hoorde die aan de Rijn stond.
Harmelerwaard 5 **
Rond 1882 bouwde Pieter Cornelis Kruijff uit Arnhem hier een kleine arbeiderswoning. In 1904 werd de woning verbouwd en uitgebreid tot de huidige langhuisboerderij.
Harmelerwaard 8 **
Deze langhuisboerderij “Speijks Vrucht” werd in 1913 gebouwd in opdracht van landbouwer Pieter Baelde uit Vleuten naar ontwerp van de Harmelenaar H. van ’t Wout
Harmelerwaard 10 **
Deze langhuisboerderij uit 1916 toont verwantschap met de drie jaar oudere boerderij op nr 8.
Harmelerwaard 12 ***M
De kern van deze langhuisboerderij dateert mogelijk uit de zeventiende eeuw.
Harmelerwaard 21 ***M
De boerderij “’t Groene Woud” ligt dwars op de Harmelerwaard, omdat het pand is gebouwd aan een verbindingsweg tussen de Leidsche Rijn en de Dorpeldijk. Van de zeventiende eeuwse dwarshuis boerderij resteert alleen het rietgedekte voorhuis.
Utrechtsestraatweg 4-4a **
Het oorspronkelijke huis uit 1839 was eigendom van bakker Joseph van Groeningen die woonde aan de Dorpsstraat 42. Na enkele verkopen werd het gebouwtje in 1905 gesloopt en werd de huidige langhuisboerderij gebouwd. Deze is opgesplitst in twee woningen. De boerderij heeft in de gevel een bijzonder serliana venster, met ingezwenkte top.
Utrechtsestraatweg 5 ***M
De herenboerderij draagt de naam “Mariënberg” en dateert uit 1830. Bouwheer was Bernardus Lenssinck, wethouder van Harmelen, belastingzetter en armmeester van de katholieke kerk. Oorspronkelijk was Mariënberg een pachtboerderij.
Utrechtsestratweg 6 *
In 1924 werd deze boerderij ontworpen door de Woerdense bouwkundige P.G.Karsdorp voor de gebroeders Van der Wind uit Woerden, die de boerderij verhuurden.
Utrechtsestraatweg 8-9 *
In oorsprong ging het hier om een rijtje van vier armenwoningen van de Diaconie van de Nederduitsch Hervormde Gemeente van Harmelen. In 1863 schonk Cornelia van Beusechem de grond en in hetzelfde jaar werd met de bouw begonnen. Inmiddels zijn de vier woningen verbouwd tot twee. De ingangen liggen aan de achterzijde. Het complexje draagt de naam “Knorrenburg”.
Utrechtsestraatweg 15 **
Even als de boerderij aan de Utrechtsestraatweg 39 is deze boerderij ontworpen door aannemer A.J. van den Bovenkamp in opdracht van J.W.Wesseling. Het bouwjaar is 1924.
Utrechtsestraatweg 17 ***
De boerderij “Rijnlust” dateert uit 1877/1878 en is gebouwd op de plaats van een oudere voorganger, in opdracht van Harmen van Rossum, landbouwer uit Vleuten ten behoeve van zijn dochter.
Utrechtsestraatweg 35 **M
Rietgedekte langhuisboerderij uit het eind van de negentiende eeuw.
Utrechtsestraatweg 39 **
Deze dwarshuisboerderij is in 1923/1924 gebouwd naar ontwerp van architect A.J. van den Bovenkamp uit De Meern. De achter gelegen stallen dateren uit 1970.
Dorpsstraat 29 **
In 1909 gebouwde middenstandswoning met rechthoekige plattegrond en afgeplat schilddak. De gevel is rijk voorzien van baksteenornamentiek. In 1991 is ter rechterzijde een aanbouw gerealiseerd.
Dorpsstraat 30 *G
In oorsprong mogelijk achttiende eeuws pand, waarin eens een koffiehuis was gevestigd. Bijzondere gevel met houten kroonlijst. De gevelindeling op de eerste verdieping is nog in de oorspronkelijk staat.
Dorpsstraat 32-34 ***M
Voormalige gemeentehuis, dat in deze vorm uit de periode 1775-1800 dateert. Bestaat feitelijk uit twee naast elkaar gelegen panden. Werd op 24 maart 1868 voor fl. 8.200 aangekocht door de gemeente.In de vijftiger jaren van de 20e eeuw verbouwd. Het pand bleef gemeentehuis tot 1977. In de tuin staat een 110 jaar oude en 14 meter hoge Ginkgo biloba. Deze staat sinds 1986 ingeschreven in het bestand van monumentale bomen van de Bomenstichting.
Dorpsstraat 35 **G
Huis Landzigt werd in 1866 gebouwd voor de Amsterdamse kantonrechter J.Tulleken als rentenierswoning met koetshuis. Het rechthoekige huis is ligt wat van de straat af en is gedekt met een mansarde kap. Het koetshuis ligt aan de straat. Het perceel wordt afgesloten met een uit 1920 daterend hekwerk.
Dorpsstraat 36 **
Dit voormalige notarishuis dateert uit rond 1800. De voorgevel is rond 1940 opnieuw opgetrokken. Kenmerkend is de brede garage deur met een rondboog bovenlicht. De achtergevel is origineel. Bewoner was ondermeer notaris De Greef, die in nr 38 kantoor hield.
Dorpsstraat 38-40 ***M
Het pand “Dorpswelvaren” dateert mogelijk uit de zeventiende eeuw. Dit gaaf bewaarde pand dankt zijn naam “Dorpswelvaren” aan de periode tot de vijftiger jaren uit de vorige eeuw, toen in het pand het dorpscafé was gevestigd.
Dorpsstraat 42 ***G
Deze voormalige bakkerij komt al voor op de kadastrale kaart van 1832, maar is waarschijnlijk veel ouder. Mogelijk betreft het hier een zeventiende eeuws pand dat later aan de linker zijde is aangebouwd.
Dorpsstraat 81 ***G
Ook in de pand was in 1822 in ieder geval een bakkerij gevestigd. Deze werd in dat jaar verkocht voor fl. 1.400. Het pand dateert waarschijnlijk uit het einde van de achttiende eeuw. Achter dit huis lag de eerste katholieke kerk van Harmelen na de reformatie.
Jaagpad 5-6 **G
Dit langwerpige pand dateert uit de achttiende eeuw. Van 1857 tot 1980 woonde hier de familie Van Osnabrugge, bouwer van veel huizen in Harmelen.

rond de loop van de Bijleveld

Zoals eerder beschreven zocht de Rijn in het begin van onze jaartelling zijn weg via de Oude Rijn, die zich kronkelde via Alendorp en Vleuten, langs het kasteel Den Ham. Met een grote boog verenigde de Oude Rijn zich weer met de Leidsche Rijn, aan de noordzijde van de brug in de Dorpsstraat. Het laatste stuk van de Oude Rijn, vanaf de scherpe, meest noordelijke bocht, wordt de Bijleveld genoemd. Via deze waterloop werd het water uit de polder Bijleveld dat door de Molenvliet en de Zandwetering werd aangevoerd, naar de Amstel geleid. Deze situatie ontstond eerst na 1413, toen een overeenkomst tussen het hoogheemraadschap Amstelland en de polder Bijleveld het graven van een 17 km lang kanaal van af de oorspronkelijke Bijleveld tot aan Nessersluis mogelijk maakte. Daarvóór waterde de polder Bijleveld nog af op de Hollandsche IJssel en via de Heycop op de Vecht.

Door de natuurlijke verplaatsing van de loop van de Oude Rijn, tussen Utrecht en Harmelen, ligt ten oosten van Harmelen een één tot twee kilometer brede gordel met oeverwallen en beddingen. In de Harmelerwaard en de polder Oudeland en Indijk zijn de rivierafzettingen het duidelijkst te zien. Op de oeverwallen lagen de boerderijen met de bijbehorende akkers. Op één van deze brede oeverwallen ligt het gebied dat wij kennen als het Oude Land.
De oudste bodemvondsten, die in de Harmelerwaard op bewoning wijzen, stammen uit het Neolithicum, dus uit de periode tussen 4000 en 1800 v.Chr.. Onderzoek heeft uitgewezen dat ook in de Harmelerwaard nog een deel van de limesweg in de bodem aanwezig is. Ten zuiden van de Dorpeldijk ligt een gebied dat de status van “archeologisch attentiegebied” heeft.
Aan de Appellaan, gelegen in de polder Oudeland en Indijk, zijn in de tuin van huisnummer 1 bodemvondsten gedaan die dateren van de achtste eeuw tot aan de middeleeuwen. Het zou hierbij kunnen gaan om een nederzetting die op de oever van de Bijleveld heeft gelegen. Het terrein heeft de status van archeologisch attentiegebied.

Hier vinden wij ook Huize Harmelen, dat in een oorkonde van 21 december 1296 voor het eerst wordt vermeld. Bij het huis behoorden toen 43 morgen ( ca 36,5 ha.) land, gelegen in de Harmelerwaard. De eerste bekende eigenaar van het kasteel was Everard van Stouten-burg die samen met Hendrik van Hermalen het gerecht Bijleveld deelde. De Van Hermalens stammen vermoedelijk af van het geslacht Van Woerden. In het begin van de veertiende eeuw komen kasteel en land in handen van Dirk van Zuylen. In 1451 werden de Van Zuylen’s ook eigenaar van het kasteel Batenstein dat aan de Oude Rijn, nabij de huidige Bernhardlaan lag. Kasteel Harmelen en de bijbehorende 43 morgen werden in 1348 leenroerig aan de abdij St. Paulus in Utrecht. De Harmelerwaard behoorde toen al een eeuw tot het rechtsgebied van het kapittel van Oudmunster, eveneens in Utrecht. Op 14 juli 1482 werd kasteel Harmelen door de Hollanders geplunderd en deels verwoest. Pas in 1535 was het huis weer volledig herbouwd. In 1536 werd kasteel Harmelen door de Staten van Utrecht als ridderhofstad erkend. In het rampjaar 1672 plunderden de Fransen het kasteel en staken het vervolgens in brand. De laatste ambachtsheer van Harmelen was Mr Adriaan de Joncheere, die op 26 augustus 1854 heer van Harmelen, Haanwijk, Bijleveld, Harmelerwaard en Indijk werd. Hij woonde echter zelf niet op het kasteel, maar in villa Jenny, die heeft gestaan op de plaats van de huidige pastorie van de St. Bavo-kerk.
In de 20e euw is het huis verschillende keren herbouwd, zoals kort na 1920, toen de uitgever van het Utrechts Nieuwsblad, J.W.H. de Liefde op de oude fundamenten een chalet vormig huis bouwde. In 1937 verleende de Rijksdienst voor de Monumentenzorg vergunning om dit huis weer te mogen afbreken. J.Matser, een sloper uit Hilversum kocht in 1943 de overblijfselen, maar wilde ook de fundering slopen. Hier tegen maakte monumentenzorg bezwaar. De restanten van het huis met de grond werden nu gekocht door de van Java teruggekeerde M.A.E.van Baak, die hier een fruitbedrijf wilde beginnen en de kelders als fruitopslag wilde gebruiken. Bij onderzoek bleek toen dat in de kelders muurwerk aanwezig was uit de 13e eeuw. In 1949 werd op de keldergewelven een woonhuis gebouwd in historiserende stijl naar ontwerp van de architecten D.Verheus uit Den Haag en H.E.Schulte uit Utrecht. Er werd bij de bouw gebruik gemaakt van stenen uit de fundering van het Huis te Nesse in Linschoten, dat eveneens eigendom was van M.A.E.van Baak.
Bij het kasteel hoort een duiventoren, die vermoedelijk dateert uit de achttiende eeuw. In 1951 is deze toren gerestaureerd, waarna in 1998 nogmaals een grondige restauratie plaats vond.

Sinds 2005 hoort bij huize Harmelen ook een in neogotische stijl opgetrokken tuinhuis ’t Spijck. Dit tuinhuis, dat van belang is vanwege zijn architectuur en cultuurhistorische waarde, zou vóór 1850 zijn gebouwd. Na het overlijden van Adriaan de Joncheere in 1913 is het gehele landgoed in delen verkocht. De heer C. Roodenburg sr., eigenaar van de nabijgelegen boerderij ’t Spijck, kocht het tuinhuis en liet het bij zijn boerderij weer opbouwen. In de loop van de tijd raakte het in verval. De nazaten van de heer Roodenburg sr. wilden echter tuinhuis ’t Spijck behouden en richtten hiertoe een stichting op. Met particuliere steun en een subsidie van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg kon het tuinhuis terug keren naar het kasteel, waar het met medewerking van de provincie werd gerestaureerd. Op 10 november 2005 werd het tuinhuis weer in gebruik genomen.

Verder van de rivierbedding verwijderd lagen de veenmoerassen, die alleen zomers gebruikt konden worden om het vee te weiden.
De percelen op de oeverwallen van de Bijleveld hadden een heel ander formaat dan die van de copen in de ontginningsgebieden. De percelen langs de Bijleveld zijn onregelmatig en blokvormig. Duidelijk is dit te zien in de polder Oudeland en Indijk.

waardevolle bebouwing

Ambachtsheerelaan 1 **
Oorspronkelijk onderwijzerswoning, behorende bij de St.Bavoschool, in 1949 opgetrokken in de stijl van de Delftse school. In 1956 uitgebreid door architect W.Dijkman uit Zeist.
Ambachtsheerelaan 2 *** M
St. Bavo kerk. In 1916 gebouwd naar ontwerp van architect Jan Stuyt. Deze werkte aanvankelijk op het bureau van Pierre Cuypers, samen met Jos Cuypers. Was tot 1900 ook betrokken bij de restauratie van kasteel De Haar. Aanbesteding vond plaats op 18 april 1916 in : “het wapen van Harmelen” voor fl.81.554, door aannemer fa Gebr. Koenders uit Enschede. Bouwpastoor was Van der Waarden. De preekstoel en het Maarschalkerweerd-orgel uit 1840 zijn afkomstig uit de oude kerk, thans kapel van huize Gaza. De kerk werd inwendig in 1967 en voor het laatst in 1992 verbouwd.
De Joncheerelaan 7 ***M
Deze voormalige pastorie, die behoort bij de St. Bavokerk, is evenals de kerk, ontworpen door Jan Stuyt en doet thans dienst als parochiecentrum. Het bouwjaar is 1916.
Dit pand is gebouwd op de plaats waar Villa Jenny heeft gestaan, het woonhuis van de laatste ambachtsheer van Harmelen, Mr Adriaan de Joncheere.
De Joncheerelaan ***M
Duiventoren behorende bij Huize Harmelen, vermoedelijk gebouwd in de achttiende eeuw. In 1951 gerestaureerd en in 1998 opnieuw gerestaureerd en ontdaan van de stuc-lagen op de steunberen. Eigendom van de Gemeente.
Kasteellaan 1***M
Huize Harmelen. Waarschijnlijk als woontoren gebouwd tussen 1270 en 1280. In 1482 belegerd en daarna geruïneerd. Restauratie werd in 1535 voltooid. Op de kelders na kort na 1913 gesloopt. In de twintigerjaren werd op de restanten een chalet gebouwd. In 1949-1950 werd in historiserende stijl een huis gebouwd op de oude onderbouw.
Op 10 november werd 2005 het tuinhuis “’t Spijck” weer in gebruik genomen. Het tuinhuis zou vóór 1850 op het terrein van huize Harmelen zijn gebouwd en is daar, na een omzwerving, in 2005 teruggekeerd. Ook het tuinhuis is aangewezen als Rijksmonument.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 



Print vriendelijke pagina
Kort nieuws

Dorpsplatform Harmelen: actief en betrokken

26 april 2012

Het Dorpsplatform Harmelen bestaat uit een groep enthousiaste mensen die zich inzet voor het wel en wee van hun dorp Harmelen; ook uw dorp!

Het doel van het platform, opgericht in 2005, is gezamenlijk te werken aan het in standhouden en verbeteren van een goed woon-en leefklimaat. Maar wij kunnen dit niet alleen!

Het Dorpsplatform werkt samen met de gemeente Woerden en geeft gevraagd en ongevraagd advies over alles wat betrekking heeft op het leefklimaat in Harmelen. De gemeente van haar kant, verplicht zich om, bij het maken van nieuwe plannen, het Dorpsplatform om advies te vragen.

Het Dorpsplatform is er voor en door de inwoners van Harmelen. Om het leefklimaat van Harmelen optimaal te houden hebben wij uw inbreng wel nodig! Heeft u ideeën of plannen die onze leefbaarheid kunnen vergroten, of zou u actief willen worden binnen het Dorpsplatform, laat het ons weten.

Op onze website kunt u meer over ons lezen.:www.harmelen.nu . Onder de knop "contact" kunt u uw suggesties, vragen en opmerkingen aan ons doorgeven.

 

 

 


Lees verder

Deze website is gerealiseerd door Impressed webdesign en werkt met Slimbeheer 5